De jongste assistent van Van aanpakken heeft de kleuterkolder in de kop. Het is niet of niets, en niets anders dan dat. Niet meewerken, niet luisteren, niet aardig doen en vooral: niet gaan slapen. Haar eigen onderdanen, een dierentuin aan knuffeldieren, hebben het al moeten ontgelden. In wilde woede heeft ze die vanaf haar bed door de kamer geslingerd, met dramatisch resultaat.  Pop ligt met een arm uit de kom naast de stoel, panda is op zijn neus neergestort en beer, béér nota bene, is buiten bereik bovenop de klerenkast beland. En dat maakt haar nog kwader.

Bovendien heeft ze hiermee een grote portie kruit verschoten – zonder resultaat. Dan moet het dus wel: haar allerlaatste wapen inzetten. Met ogen vol vuur gooit ze die in de strijd. Haar voet staat al op het één na bovenste traptreetje van haar hoogslaper. Uitdagend hangt de andere voet boven het tweede. Want uit bed klimmen: dat mag dus echt niet. Hoe goed Van aanpakken ook is in overleggen, luisteren en samen tot oplossingen komen: dat gaat hier niet meer werken. Woorden zijn nutteloos. Dit vraagt om de aanpak van De Brandende Blik. We poken het vuur hoog op in onze ogen. Kijken elkaar nog dieper, feller aan dan we ooit deden. Vechten zonder woorden, alleen met onze ogen. Gooien bliksemflitsen en vuurballen naar elkaar. Hoe langer we kijken hoe heviger de hitte. Kijk mij kijken naar jou jij met je blik tegen mijn Blik ik kijk kijk kijk naar jou.

Pas op het kookpunt breekt de weerstand en gaat het laatste beetje verzet in vlammen op. De jongste assistent legt net op tijd haar hoofd op haar kussen voordat de slaap de laatste flikkeringen van haar woede blust.