O, wat is dat toch moeilijk, verdrietig zijn. Baby´s en peuters weten er wel raad mee en huilen zich probleemloos een slag in de rondte – ongeacht hoe ellendig de oorzaak is. Maar ergens in het hele proces van groter worden raakt huilen steeds minder gewaardeerd. Je moet leren om flink te zijn. Vooral niet aanstellen! Een kus op de kapotte knie en zo is het wel weer genoeg geweest met die traantjes.

Net als vieze spruitjes valt het in het begin niet mee om verdriet door te slikken. Maar als je maar dapper genoeg bent (en dat ben je!) dan slik je het. Tot en met dat laatste, vieze groene kooltje aan toe. Je leert je verdriet hoe het verstoppertje moet spelen – en er zijn verrassend veel plekken waar je verdriet zich kan verstoppen. Een goeie die het dan nog weet te vinden.

Maar dan het publiek dat de finale bijwoonde van Roland Garros dit jaar. Daar verloor Djokovic. Met de tweede prijs – een bescheiden zilveren dienblaadje – in de hand probeert hij zich staande te houden tijdens een eeuwigdurende ovatie. Het publiek klapt, klapt, klapt maar door. Telkens nog een tikkeltje harder als de ooghoeken van Novak roder en roder worden. Kijk maar op Youtube: een twee minuten durend verstoppertje dat niet te winnen valt. En tegelijkertijd die dankbaarheid voor een bovenmenselijk grote lading spruitjes. Een schitterend verdriet.