Een dierbare uit de omgeving van Van aanpakken moest ineens een stukje lichaam op kweek laten zetten omdat de dokter kanker vermoedde. Bij dit nieuws deed Van aanpakken een rare gewaarwording: de wereld splitste zich op in twee bevolkingsgroepen. Het ene deel van de mensheid gaat gebukt onder slecht nieuws, ziekte, verlies en zorgen door de dagen; het lijf hier en de gedachten elders. Het andere deel lijkt zich fluitend en zorgeloos door het leven te bewegen. Van de buitenkant bezien lijken ze onwetend van de pech die de eerste helft van de mensheid treft. Waar het ene deel zich voortploegt door een flinke herfststorm verheugt het andere deel zich op de eerste frisse lenteblaadjes. En, ontdekte Van aanpakken, je kan blijkbaar zomaar tot die eerste groep gaan behoren. Van de ene op de andere dag, onaangekondigd, nemen zorgen de controle van je over. Wat doe je dan? Maak je anderen dan deelgenoot van je zorgen – of laat je hen in de onbedorven staat van vrolijkheid?

Na een week zenuwen kwam het nieuws. Niet één kankercel gevonden. Van het ene op het andere moment hoorde Van aanpakken weer bij de flierefluiters. Was ze ontsnapt aan de zorgen, en terug bij de oude groep van schijnbare zorgeloosheid. Van aanpakken kreeg gelijk trek en ging boodschappen doen. Bij de supermarkt zong de straatmuzikant een hartverscheurend mooi lied. Een oudere man met een vouwfiets stapte af om een dansje te doen. Twee zwervers omarmden elkaar. De lente was weer begonnen.